Hoe kom ik een Bengaalse textielfabriek binnen?

‘Hoe kom ik nu zo’n fabriek binnen?’ Terwijl het zweet langs mijn armen stroomt (het is hier 40 graden) kan ik nog maar aan één ding denken. En dat terwijl ik net geland ben in Dhaka, hoofdstad van Bangladesh, en de chaos me gemakkelijk zou kunnen afleiden.

wpid-img_20140420_175359.jpg

De taxi in Dhaka

Niet vaak schrijf ik over hoe ik aan mijn bronnen kom. Toch ga ik nu een uitzondering maken.

 

 

Twee maanden geleden, toen dit project voor Wereldveroveraars begon, ben ik contacten gaan zoeken binnen de textielwereld. Mijn reis door Azië komt ook door Bangladesh, precies een jaar na de ramp in de fabriek Rana Plaza waarbij meer dan 1000 textielmedewerkers om het leven kwamen.

De kranten hebben het afgelopen jaar bol gestaan van het Bangladesh-akkoord, van de acties van minister Ploumen, van allerlei NGO’s die maatregelen eisen voor het verbeteren van de werkomstandigheden in de textielindustrie hier. Deze week zal niet anders zijn. En terecht. Maar voor mij is dit reden te meer om het verhaal van de ‘andere kant’, de ondernemers, eens op te tekenen. Wat is de werkelijke situatie hier voor de circa honderd Nederlandse textielproducenten in Bangladesh? Hoe vergaat hen het ondernemen hier, een jaar na die ramp?

Ik kwam al snel uit bij Modint, een ondernemersorganisatie in de textiel. Ze hebben me uitstekend geholpen. Via hen kreeg ik uiteindelijk een bron; een producent die al zeventien jaar in Bangladesh komt en van wie ik zijn fabriek mocht bezoeken.

Totdat hij drie dagen voor mijn bezoek werd teruggefloten door zijn hoofdkantoor in Londen. ‘Geen journalisten in onze fabriek.’

De ondernemer zelf is het hier niet mee eens en gaat op persoonlijke titel dinsdagavond wel de uitzending van wereldveroveraars op BNR aanschuiven om half acht. Dat vind ik sterk. Hij zegt: ‘We hebben een prachtfabriek in Bangladesh, waar we trots op kunnen zijn. Waarom zo achterdochtig?’

Journalisten hebben het er zelf naar gemaakt, door zo eenzijdig en negatief te schrijven over de industrie in Bangladesh, luidt het vaak. Begrijpen doe ik het ook nog. De aloude beurswijsheid is: ‘Je moet stilzitten als je geschoren wordt.’ De publiciteit kan volgens de ondernemers enkel negatief uitpakken.

Voor mij rest de taak om alsnog een zo evenwichtig mogelijke reportages te maken voor de krant en radio. Wereldveroveraar-collega Joep Westerveld liep dit weekend zowaar in Groningen tegen een Bengaal aan. Wie weet levert dat nog contacten op. En ik heb werkelijk iedereen in het vliegtuig van Kunming (China) naar Dhaka aangesproken over mijn plan. Opvallend genoeg zat ook iedereen in de textielbusiness. Twee ondernemers naast me kwamen uit Canada en vlogen via China naar Dhaka omdat ze de chemicaliën voor de textielindustrie leveren. Een vrouw uit Frankrijk vertelde dat ze voor een Frans merk om de twee maanden naar Dhaka gaat om babykleding in te kopen. Het merk wilde ze niet noemen. En op mijn vraag aan hen of ik mocht aanhaken schamperde iedereen glimlachend: ‘Liever niet.’

Ik ga maar eens ouderwets op de stoep staan. Gewoon aankloppen en glimlachen.

wpid-img_20140420_171058.jpg

Dhaka gezien vanaf de veertiende verdieping

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s